10 Bouwstenen

1. Ga ervoor

Werknemers kunnen niet langer wachten. Genoeg woorden, tijd voor daden! De Europese Pijler van Sociale Rechten heeft de steun nodig van de nationale regeringen van de EU. Wij hebben de EU en haar lidstaten nodig om het werkgeversverzet te trotseren en zowel de Pijler als de voorgestelde wetgevende initiatieven te steunen.

2. Actieplan om de rechten concreet gestalte te geven

Een ‘Actieplan’ is nodig voor de goede uitvoering van de EPSR. Alsook concrete acties en de verbintenis om elk van de 20 beginselen en rechten af te dwingen. Het Actieplan moet een duidelijke roadmap (stappenplan) bevatten met concrete aanwijzingen over hoe de rechten tot stand te brengen.

3. Investeringen om de rechten tastbaar te maken

De bestaande EU-fondsen en de nieuwe 7-jaars Europese begroting in beweging brengen om de uitvoering van de EPSR te kunnen financieren. Overheidsdiensten moeten over voldoende middelen beschikken om de toegang tot sociale huisvesting, gezondheidszorg en essentiële voorzieningen, zoals de Europese Pijler van Sociale Rechten die in het vooruitzicht stelt, mogelijk te maken.

4. EU-wetgeving om de rechten afdwingbaar te maken

Richtlijnen betreffende werkgelegenheid teneinde de rechten reëel te maken voor alle EU-werknemers.
Het oplossen van de sociale problemen die werknemers en hun vakbonden onder ogen krijgen, is een prioriteit. Die problemen, met inbegrip van toenemende ongelijkheid, hoge werkloosheid, lage lonen, onzekere banen, ondermijnen de werknemersrechten.

Waar dringt het EVV op aan?

  1. De erkenning van het recht op daadwerkelijke tenuitvoerlegging door middel van maatregelen die werknemers en vakbonden in staat stellen rechten af te dwingen.
  2. Een Richtlijn over atypisch werk die werknemers beschermt tegen flexibilisering, nulurencontracten en precair werk.
  3. Een Richtlijn inzake onlineplatforms moet waarborgen dat digitaal werk onder de arbeidswetgeving en de sociale wetgeving valt en dat betrokken werknemers bescherming genieten zoals werknemers in andere sectoren, met name dat ze recht hebben op het minimumloon en op sociale bescherming.
  4. Een Richtlijn over een minimumniveau aan rechten voor zelfstandige werknemers, met inbegrip van het recht om zich te organiseren en het recht op collectieve onderhandelingen, het recht op fatsoenlijke verloning, het recht op sociale zekerheid, het recht op opleiding/vorming en het recht op gezonde arbeidsomstandigheden.
  5. Bescherming van de waardigheid van werknemers en gegevensbescherming. Een Richtlijn over privacy op het werk moet werknemers beschermen tegen buitensporig invasieve digitale monitoring, de gegevens van werknemers in een werkrelatie beschermen, het gebruik van artificiële intelligentie en andere praktijken die een bedreiging kunnen vormen voor de waardigheid, gezondheid en veiligheid op het werk, reglementeren.
  6. Herziening van de Richtlijn inzake gelijk loon, zodat ook wordt voorzien in gelijkheidsplannen en onderzoek naar gelijke beloning, sancties en ontmoedigingsmaatregelen jegens werkgevers die zich niet aan de regels houden. Einddoel: gelijk loon voor vrouwen.
  7. De nieuwe Richtlijn over het evenwicht tussen werk en privéleven moet worden goedgekeurd en snel in praktijk gebracht ter bevordering van gezinsgerelateerd verlof, met inbegrip van verloning en flexibele werkafspraken.
  8. Dringende maatregelen zijn nodig met betrekking tot blootstelling aan diesel, reprotoxines en nanotechnologieën teneinde gezondheid en veiligheid op het werk te bevorderen.
  9. Gelijk loon voor gelijk werk op basis van de daadwerkelijke herziening van de Detacheringsrichtlijn, en adequate maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik, in het bijzonder via postbuspraktijken.
  10. De EU moet een regeling uitwerken ter bescherming van klokkenluiders. Werknemers die wanpraktijken aan het licht brengen, genieten vaak weinig of geen bescherming en zijn dikwijls slachtoffer van vergelding.

5. Actieve steun van alle EU-instellingen

Wij willen dat alle EU-instellingen de verwezenlijking van de EPSR betrachten, steunen en waarborgen – ook bijvoorbeeld het Europees Hof van Justitie en de Europese Centrale Bank.

6. Beter Europees economisch beleid

Het Europees Semester, de beleidscyclus van coördinatie van het economisch beleid, heeft zware schade toegebracht aan de werkgelegenheid, de werknemers en de economie door bezuinigingen op te leggen aan de overheidsuitgaven en de collectieve onderhandelingen in te dammen. Jaarlijkse economische beleidsaanbevelingen hebben de werknemersrechten en het economisch herstel ondergraven.

De Commissie-Juncker heeft gepoogd het economisch beleid te verschuiven van harde bezuinigingen naar op zijn minst aandacht voor kwesties in verband met vaardigheden en de ergste ongelijkheden.

De beginselen die vervat zijn in de Europese Pijler van Sociale Rechten moeten ten uitvoer worden gebracht via het Semester (en via andere wegen zoals EU-wetgeving en EU-begroting). Maar eigenlijk zou het ‘semester’ een economisch en sociaal semester moeten worden dat de rechten en het welzijn van de werknemers ernstig neemt, zoals het dat doet voor fiscale onevenwichtigheden.

Een Europese Pijler van Sociale Rechten heeft geen zin als hij niet via beleidseconomische aanbevelingen in praktijk wordt gebracht. Vakbonden verwachten dat de ‘landspecifieke aanbevelingen 2018’ daar de aanzet toe geven.

De Europese Commissie probeert vakbonden en werkgevers meer te betrekken bij het Semesterproces op nationaal vlak. Het EVV zet zich in om vakbonden te helpen meer betrokken te geraken. Dit is een cruciale weg om van het Semester een sociale en economische beleidscyclus te maken.

Billijke verloning – dit concept moet worden verbreed, zodat het ook collectieve onderhandelingen voor billijke verloning en werkvoorwaarden omvat.

7. Sociale Vooruitgang binnen het EU-Verdrag

In EU-wetgeving hebben economische vrijheden voorrang op sociale rechten. Dit is een gevolg van de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie.

Zo werd het voor vakbonden in Europa moeilijker om werknemers te verdedigen tegen oneerlijke concurrentie inzake lonen en arbeidsvoorwaarden, om te strijden voor gelijke behandeling van migrerende en lokale werknemers en om actie te voeren voor betere leef- en werkvoorwaarden voor werknemers in heel Europa.

Het EVV stelt voor om een Sociaal Protocol toe te voegen aan de Europese Verdragen.  Zo’n protocol zou de relatie tussen sociale rechten en economische vrijheden kunnen verduidelijken. Het protocol moet worden vastgehecht aan de Europese verdragen om het tot op het hoogste niveau bindend te maken en om invloed uit te oefenen op de beslissingen van het Europees Hof.

Het Sociaal Protocol moet:

  1. bevestigen dat de ééngemaakte markt geen doel op zich is, maar is ontstaan om sociale vooruitgang te  bewerkstelligen voor alle volkeren van de Unie;
  2. duidelijk maken dat economische vrijheden en concurrentieregels geen voorrang kunnen hebben op fundamentele sociale rechten en sociale vooruitgang en dat bij geschillen de sociale rechten prioriteit hebben;
  3. duidelijk maken dat economische vrijheden niet mogen worden geduid als het recht om nationale sociale en arbeidsrechten en -praktijken te omzeilen of om oneerlijke concurrentie inzake lonen en  arbeidsvoorwaarden ingang te doen vinden.

8. Steun vakbonden & de Sociale Dialoog

Sociale dialoog tussen werkgevers en vakbonden staat centraal in  fatsoenlijke en succesvolle economieën. Op nationaal en op EU niveau is sociale dialoog essentieel.

Op het vlak van de EU heeft de sociale dialoog geleid tot belangrijke overeenkomsten die verankerd zitten in de EU-wetgeving, zoals ouderschapsverlof, deeltijdwerk en tijdelijke arbeidsovereenkomsten.

Recentelijk rezen er problemen rond overeenkomsten voor Kappers en de Centrale overheid. De Europese Commissie moet overeenkomsten, gesloten in het kader van de sociale dialoog, helpen – en niet hinderen – om EU-wetgeving te worden.

De EU moet de sociale dialoog in alle EU-landen bevorderen en ondersteunen. De Europese Commissie moet ‘capaciteitsopbouw’ ondersteunen en ervoor zorgen dat doeltreffende werkgevers- en werknemersorganisaties in staat zijn over overeenkomsten te onderhandelen en ze tot uitvoering te brengen.

Alle EU-landen moeten over een wettelijk kader beschikken dat de sociale dialoog tussen werkgevers en vakbonden op sectoraal en nationaal vlak toelaat.

9. Collectieve onderhandelingen: eerlijke verloning en arbeidsomstandigheden

De Europese Unie moet collectieve onderhandelingen en de rol van vakbonden aanmoedigen en ondersteunen.

Dit betekent:

  • de inmenging van EU-instellingen die regelingen inzake collectieve onderhandelingen en  minimumlonen ondermijnt, een halt toeroepen;
  • meer werknemers en sectoren, ook atypische arbeidsvormen, onder het toepassingsgebied van collectieve overeenkomsten laten vallen;
  • financiële steun zoeken met het oog op capaciteitsopbouw voor collectieve onderhandelingen, in het bijzonder voor sectorale en nationale onderhandelingen, en een wettelijk kader uitwerken dat sterke collectieve onderhandelingen mogelijk maakt;
  • ervoor zorgen dat de regels inzake overheidsopdrachten het recht op collectieve onderhandelingen bevorderen en voorrang verlenen aan aanbestedingen van bedrijven die zich aan collectieve onderhandelingen houden;
  • actie voeren om de minimumlonen te verhogen en de minimumloonregelingen, waar deze voorkomen, te versterken;
  • loonverschillen tussen mannen en vrouwen dichten, oneerlijke minimumlonen voor jonge werknemers bestrijden en andere vormen van loondiscriminatie en sociale dumping aanpakken door ‘gelijk loon voor gelijk werk’ te garanderen.

Is discriminatie niet altijd oneerlijk? Is maar een bedenking…

10. Een rechtvaardige transitie

Er moet een Rechtvaardig Transitiefonds opgericht worden om de klimaatverandering aan te pakken en over te schakelen naar een groene, koolstofarme economie. Dankzij dit transitiefonds kunnen we ook op een duurzame manier omgaan met digitalisering en automatisering: dit alles gestoeld op banencreatie, bescherming van de rechten van de werknemers, bijschaving van vaardigheden en sociale bescherming.

De koolstofarme economie of de digitalisering mag geen enkele werknemer aan zijn lot overlaten. Er moet net sprake zijn van een rechtvaardige of billijke en goed gestuurde transitie.